Je verkoopt kwaliteit tegen buurtprijzen.
Dit is waar jij staat ten opzichte van de lunchzaken om je heen. De balk is de buurt, de stip ben jij.
Op twee plekken sta je links van de buurt terwijl je reviews zeggen dat je beter bent. Daar beginnen we.
De beste koffie van Zwolle, de laagste prijs.
Anne&Max vraagt om de hoek € 4,00 tot € 5,00 voor een cappuccino. Jij € 3,80. En dan zeggen je gasten dit:
Cappuccino, latte en flat white 20 cent omhoog, zwarte koffie 10 cent. Daarmee sta je nog steeds gelijk aan Anne&Max en onder wat je kwaliteit rechtvaardigt.
Niemand kiest een lunchcafé op de prijs van de cola.
De buurt vraagt € 3,60 tot € 4,50 voor een flesje fris. Jij "vanaf € 3,50", de goedkoopste van de straat. Op een terras van 110 stoelen gaan er zo'n tweehonderd per week doorheen.
Eén prijs voor alle fris. Weg met "vanaf", dat leest als klein lettertje.
Acht gerechten, één prijs. Dat zegt: het maakt niet uit.
Al je lunchgerechten kosten € 14,00. Stadscafé Blij vraagt € 16,00 voor zalm, Anne&Max € 14,75 voor de club. Zet je twee gerechten met de duurste ingrediënten iets hoger en laat de rest staan.
Er staat geen tosti op je kaart.
Elke lunchzaak in Zwolle heeft er een: De Belgische Keizer een croque monsieur voor € 7,00, Blij een tosti voor € 7,50. Het is het instapgerecht voor wie geen € 14 wil uitgeven, en het houdt die gast aan tafel voor een koffie en een gebakje.
Met je eigen vloerbrood en een goede kaas is € 8,50 verdedigbaar. Meer dan twee varianten hoeft niet.
Twee dingen niet aanraken.
Je high tea op € 27,00
Die zit al boven wat een deel van je gasten wil betalen: "Far too expensive for 25 euros pp." Niet verhogen. Eerder een kleinere variant ernaast.
Je appelgebak op € 5,50
De top van de markt en het wordt in reviews geprezen. Laten staan, en bij elke koffie aanbieden.